Bij geharmoniseerde EN-normen met conformiteitsveronderstelling bestaat een omkering van bewijslast. Als een fabrikant deze normen toepast, geldt de veronderstelling dat hij daarmee ook voldoet aan de specifieke vereisten van de richtlijnen. Als een fabrikant niet lijkt te voldoen aan de wettelijke vereisten, is het aan de inspectiedienst om dat te bewijzen.
Wanneer u echter afwijkt van geharmoniseerde normen, moet u zelf bewijzen op welke andere manier u aan de fundamentele veiligheidseisen hebt voldaan. Dit vindt doorgaans plaats middels de risicoanalyse.
In de praktijk zal men daarom trachten geharmoniseerde normen toe te passen. Tenzij het om zeer innovatieve producten gaat, waarvoor nog geen geharmoniseerde normen beschikbaar zijn.
Op welke normen het beschreven "overeenstemmingsvermoeden" betrekking heeft, kan b.v. worden opgezocht in het Publicatieblad van de EU.